Zaterdag 11 augustus.
Vandaag wilde ik vroeg weg, dus had ik mijn ontbijt gisteren al mee naar boven gekregen.
Zodoende kon ik om 10 voor 7 al op weg naar de hoogste col van mijn route, en zelfs de hoogste doorgaande weg van Europa.
Toen ik het dorp uitreed en aan de klim begon sloeg de kerkklok 7 uur.
Ik kon nog heel lang in de schaduw rijden en aan de overkant van het dal scheen de zon al tegen de bovenkant van de bergen, wat een mooi gezicht gaf.
Via een paar series haarspeldbochten lekker omhoog. Het laatste stuk naar de eigenlijke overgang lijkt van een afstandje wel uitgehakt in de helling.
Vandaar kun je nog een rondje maken om de Bonnette, waardoor je boven de 2800 meter komt. Maar dat stukje is wel gemeen steil. Ik weet het niet zeker maar het zou wel de steilste km kunnen zijn van de hele tocht, al kan dat gevoel ook aan de hoogte liggen.
Te voet nog even naar het uitzichtspunt op de top gegaan op 2862 meter.
In de afdaling, die mooi maar erg bochtig was, kwam ik nog door een vervallen dorpje. Dat bleek een onderkomen te zijn geweest van Franse militairen in 1890. Inmiddels valt het langzaam in elkaar.
Om 1 uur in het hotel, waar ik ondanks de topdrukte in het restaurant toch de sleutel heb gekregen.
