Vrijdag 9 juli.
De wekker ging om 7 uur. Bijna nog de tandenborstel vergeten. Harmke heeft me naar het station gebracht, en om 8.15 zat ik al in de trein.
In Utrecht was de bus mooi op tijd. Onderweg een paar kleien opstoppingen maar geen ernstige problemen.
Kort na 6 uur bij Dompière eetpauze en om 20 voor 7 waren we in Pamplona.
Het is de week van het stierenrennen, en langs de weg waren al groepjes mannen in klederdracht te zien.


Zaterdag 10 juli.
Eerst de fiets weer in elkaar zetten en de bagage herverdelen. Dan toch even scheren en de fietskleren aan.
In Zubiri wees een bordje naar een historische brug. Daar maar even kijken. Daar zit een verhaal aan.
Volgens een legende zouden onder de centrale pijler de relikwieën van de heilige Quitéria liggen.
Dieren die aan hondsdolheid leden moesten 3 keer de brug over, dan waren ze genezen.




De overtocht over de Pyreneeën ging via 3 passen. Iedere pas steeds een klein stukje hoger dan de vorige.


De Rolandsteen
Roland ( ca. 736; 15 augustus 778), ook bekend als Roeland, Roelant of Roldán, was een van de eerste Paladijnse ridders aan het hof van keizer Karel de Grote in de 8e eeuw.
Hij sneuvelde hier in de Slag van Roncevalles.
In de latere Middeleeuwen werd hij een populaire held die in liederen en proza werd bezongen. Het bekendste van deze liederen is het 12e-eeuwse Roelantslied.
Na een mooie afdaling kom je in het mooie plaatsje Saint Jean Pied de Port.
Dit is de plaats waar alle Jacobsroutes samenkomen, voordat de route de Pyreneeën oversteekt.



Bij de vesting heb ik een schaduwrandje lunchpauze gehouden. In het stadje had ik al melk en tomaten gekocht.
Afdalen naar het dal en verder in de richting van Lourdes. Het werd steeds warmer en vóór de volgende col stond er in het dorp Saint Juste Ibarre een bordje “Auberge”. Daar was plaats.

